In oktober 2015 verscheen de eerste aflevering van mijn digitale magazine Po@dium . Het werd naar een selecte groep mensen gestuurd en op mijn site gepubliceerd. Zelfs de Leeuwarder Courant besteedde er aandacht aan. Het verscheen eerst iedere maand, daarna onregelmatiger. Nu is deze plek - zonder hoofdletter - overgebleven. Een plek voor de publikatie van nieuwe poëzie, liedteksten, collums, reisverhalen en verder alles wat de moeite van het schrijven en lezen waard is,
it liet fan it freegjen hoe let bist thús? In fraach fan alle dagen dy't sa fanselssprekkend frege wurdt mar achter wat fansels sprekt lizze fragen oer wat 'thús' no eins foar ús betsjut. is it in hûs, in hiem, in doarp, in krite? in oar, in leafde, in famyljebân? is it in taal, oertsjûging of in mythe? mei flagge-en feest, it bêste lân? it heitelân? se sizze: 'thús is wer't it hert is...' en dat it leit 'oan d 'ein fan eltse reis' mar as it no in djip ferlet is fan libbens, lang al sykjend ûnderweis safolle minsken hawwe in thús ferlitten bin’ op 'e flecht foar earmoed of gewelt wy ha wol plak, mar litte fyntsjes witte: oan langst en hope moatte grinzen steld we wurde faak ek sels yn twifel lutsen mar sette fraachtekens by in oar hoefolle hope haw ik sa net brutsen as immen kloppe op ús tichte doar as immen kloppe - op myn doar wêr bin ik thús? oait haw ik achterlitten wat sa fanselsprekkend dy namme hie sûnt sykje ik, sûnder soms te witten of in grins, in doar, foar my iepengiet of myn siel de rop ferstiet - en iepengiet (voor het beluisteren van een eerste proefopname)
’Thús…’ Eind september 2019 werd in Sânfurd (Sandfirden) mijn nieuwe roman Sanfirdo gepresenteerd. Niet alleen met een toespraak, een drankje en andere gezelligheid, maar met de ‘premi è re’ van mijn literaire voorstelling: ‘Thús - of: hoe moatte wy libje?’ Eigenlijk was het meer een try-out. ‘Thús’ is steeds meer het thema geworden, waar mijn denken en schrijven door wordt geïnspireerd. Ook in de roman speel het een belangrijke rol: het zoeken naar een ‘thuis’ en wat dat betekent? In de maanden na de presentatie is het proces van zoeken naar betekenissen en zoeken naar de vorm van vertellen doorgegaan, gericht op een serie voorstellingen in maart en april 2020. Begin maart een besloten try-out, twee dagen later een eerste openbare voorstelling in Balk. In het kader van de Fryske Boekewike . De dag daarna brak ‘de pleuris uit’ en werden alle andere voorstellingen afgezegd. Dat was even slikken - en niet alleen vitamine D. We zijn nu een jaar verder en het is nog altijd onduidelijk wanneer de draad weer kan worden opgepakt. Een bewogen jaar tussen hoop en vrees. Zoekend naar een balans tussen aan de ene kant inkomensverlies (geen optredens, bestolen door de Belastingdienst - dezelfde ja) en soms fysieke problemen. Nu zijn problemen er om te relativeren: er zijn miljoenen mensen die graag hun problemen zouden willen ruilen met die van mij. En ik heb nu meer tijd voor nuttig onder-houdswerk aan huis, relaties en conditie. En tijd om verder te werken aan de voorstelling (die een andere sub-titel kreeg), aan een bundel teksten en aan een cd. En over ‘tijd’ gesproken: Soms heb ik het gevoel dat mijn tijd opraakt, dan weer dat ik nog alle tijd heb om te zoeken naar antwoorden op de vraag waarom ik ooit mijn scheppende lot verbonden heb aan taal en muziek. De oorspronkelijke liefde ervoor en het verlangen om er mee te ‘spelen’ kreeg door de tijd heen nogal wat aangroei: ambitie, erkenning, er geld mee verdienen, ondernemen, organiseren, publiciteit, enz… Dat alles levert soms wat op, maar het kost ook wat en beneemt soms het zicht op wat werkelijk belangrijk is. Dat is een blijvende vraag. Evenals de vraag naar wat ‘thuis’ betekent. Daar ben ik nog wel een aantal jaren zoet mee. ‘As de Heare wol en wy libje…’ , zoals mijn beppe vaak zei.
In oktober 2015 verscheen de eerste aflevering van mijn digitale magazine Po@dium . Het werd naar een selecte groep mensen gestuurd en op mijn site gepubliceerd. Zelfs de Leeuwarder Courant besteedde er aandacht aan. Het verscheen eerst iedere maand, daarna onregelmatiger. Nu is deze plek - zonder hoofdletter - overgebleven. Een plek voor de publikatie van nieuwe poëzie, liedteksten, collums, reisverhalen en verder alles wat de moeite van het schrijven en lezen waard is,
’Thús…’ Eind september 2019 werd in Sânfurd (Sandfirden) mijn nieuwe roman Sanfirdo gepresenteerd. Niet alleen met een toespraak, een drankje en andere gezelligheid, maar met de ‘premi è re’ van mijn literaire voorstelling: ‘Thús - of: hoe moatte wy libje?’ Eigenlijk was het meer een try-out. ‘Thús’ is steeds meer het thema geworden, waar mijn denken en schrijven door wordt geïnspireerd. Ook in de roman speel het een belangrijke rol: het zoeken naar een ‘thuis’ en wat dat betekent? In de maanden na de presentatie is het proces van zoeken naar betekenissen en zoeken naar de vorm van vertellen doorgegaan, gericht op een serie voorstellingen in maart en april 2020. Begin maart een besloten try-out, twee dagen later een eerste openbare voorstelling in Balk. In het kader van de Fryske Boekewike . De dag daarna brak ‘de pleuris uit’ en werden alle andere voorstellingen afgezegd. Dat was even slikken - en niet alleen vitamine D. We zijn nu een jaar verder en het is nog altijd onduidelijk wanneer de draad weer kan worden opgepakt. Een bewogen jaar tussen hoop en vrees. Zoekend naar een balans tussen aan de ene kant inkomensverlies (geen optredens, bestolen door de Belastingdienst - dezelfde ja) en soms fysieke problemen. Nu zijn problemen er om te relativeren: er zijn miljoenen mensen die graag hun problemen zouden willen ruilen met die van mij. En ik heb nu meer tijd voor nuttig onder-houdswerk aan huis, relaties en conditie. En tijd om verder te werken aan de voorstelling (die een andere sub-titel kreeg), aan een bundel teksten en aan een cd. En over ‘tijd’ gesproken: Soms heb ik het gevoel dat mijn tijd opraakt, dan weer dat ik nog alle tijd heb om te zoeken naar antwoorden op de vraag waarom ik ooit mijn scheppende lot verbonden heb aan taal en muziek. De oorspronkelijke liefde ervoor en het verlangen om er mee te ‘spelen’ kreeg door de tijd heen nogal wat aangroei: ambitie, erkenning, er geld mee verdienen, ondernemen, organiseren, publiciteit, enz… Dat alles levert soms wat op, maar het kost ook wat en beneemt soms het zicht op wat werkelijk belangrijk is. Dat is een blijvende vraag. Evenals de vraag naar wat ‘thuis’ betekent. Daar ben ik nog wel een aantal jaren zoet mee. ‘As de Heare wol en wy libje…’ , zoals mijn beppe vaak zei.
it liet fan it freegjen hoe let bist thús? In fraach fan alle dagen dy't sa fanselssprekkend frege wurdt mar achter wat fansels sprekt lizze fragen oer wat 'thús' no eins foar ús betsjut. is it in hûs, in hiem, in doarp, in krite? in oar, in leafde, in famyljebân? is it in taal, oertsjûging of in mythe? mei flagge-en feest, it bêste lân? it heitelân? se sizze: 'thús is wer't it hert is...' en dat it leit 'oan d 'ein fan eltse reis' mar as it no in djip ferlet is fan libbens, lang al sykjend ûnderweis safolle minsken hawwe in thús ferlitten bin’ op 'e flecht foar earmoed of gewelt wy ha wol plak, mar litte fyntsjes witte: oan langst en hope moatte grinzen steld we wurde faak ek sels yn twifel lutsen mar sette fraachtekens by in oar hoefolle hope haw ik sa net brutsen as immen kloppe op ús tichte doar as immen kloppe - op myn doar wêr bin ik thús? oait haw ik achterlitten wat sa fanselsprekkend dy namme hie sûnt sykje ik, sûnder soms te witten of in grins, in doar, foar my iepengiet of myn siel de rop ferstiet - en iepengiet (voor het beluisteren van een eerste proefopname)
Po@dium